Algemeen
ALGEMEEN

Kinderen zien toekomst op Open Tentendag: ‘Ik ben een knutselaar’

Door Erik Ebbinge |
Laat geüpdatet:
Afbeelding

Net als voorgaande jaren kreeg het publiek zaterdag de gelegenheid om een kijkje te nemen bij de opbouw van de corsowagens.

We keken vooral toe bij de kleinere wijken. Op weg naar de tenten valt er uitgerekend regen. Dat is nooit bevorderlijk voor bezoekers. Toch zijn er veel mensen op de been, na een eerste blik op het terrein bij de hockeyvelden, waar drie wijken zijn gevestigd. Waaronder een grote delegatie van het hoofdbestuur, dat traditiegetrouw een rondje maakt langs alle tenten. Binnen bij Hooiweg-Vogelbuurt is het sowieso best druk. ‘Het is vooral visite. Als ze nu maar blijven hangen,’ zegt Greetje Hindriks. Gert-Jan Wensink veegt de boel aan. ‘Spierveen is ooit met de open dag begonnen. Er kwamen vier bezoekers. De wijk hield maar één bestuurslid over, dat was ik. De meesten zijn naar andere corsowijken getrokken. Ik dacht: ik loop hier eens binnen en ben gebleven. Het is een virus hè.’ Het is op de Open Tentendag vooral familiebezoek. ‘Drie wijken bij elkaar kan ook afschrikken. Dat je te veel keuze hebt.’ Wensink is vooral positief: ‘Het corsowerk is kortdurend, intens. Je hoeft niet het hele jaar mee te helpen.’ Greetje Hindriks, die samen met nog enkele oud-Eekhoornstraat-medewerkers overstapte, ziet nog een voordeel: ‘Het is dichtbij huis.’ Ze heeft voor de gelegenheid een zelfgemaakte cake meegenomen. Vogelbuurt heeft toekomst zo te zien. De corsobaby van vier weken oud heeft alvast een Hooiweg-Vogelbuurt-tenue aan.

Als we de tent van Hooiweg-Zuid binnenlopen roept Lisenka luid: ‘We hebben onze eerste bezoeker!’ Ook hier is het aardig druk, van vooral medewerkers. En ook hier zijn kinderen actief. Wouter ter Veld heeft Laura op schoot en naast zich Sven. Sven heeft vrijdag ook al meegeholpen. Hij heeft kaarsjes gesorteerd op kleur en spijkers geprikt op piepschuim. Sven vindt het leuk om mee te helpen. ‘Hij vraagt de hele week al, pap, wanneer gaan we nu?’ Berthus Arends van Hooiweg-Schelfhorst loopt tevreden rond. Ook hier weinig buitenstaanders. ‘Of het zijn vrijwilligers van andere wijken of een opa en oma,’ stelt Arends, die over de eigen wijk weinig te klagen heeft. ‘We hebben geen stress. Het werk vordert.’

Onder de indruk

Terwijl we opnieuw een bak regen over ons heen krijgen, schuilen we in de tent van Vennerstraat-Nieuwe Akkers. Daar een geheel ander beeld. Diana Dussel telde maarliefst twintig bezoekers van buitenaf. ‘Ze waren onder de indruk. Ze hebben geen echt beeld; mensen zien de wagen alleen op zaterdag.’ Het levert nog geen nieuwe medewerkers op. ‘Mensen vinden het wel spannend, om de tent binnen te stappen. Dat merk je. En ze denken dat er veel tijd in zit. Maar je hoeft niet drie dagen achter elkaar, een uurtje meehelpen is ook goed. Wij hebben op zich voldoende vrijwilligers, maar er kan altijd wat bij. Vooral voor het schoffelen.’ Er blijken zowaar potentiële kandidaten. Hans Zijlstra is er met zijn gezin. ‘We wonen in de buurt, maar hebben nooit binnengekeken in de tent. Ik vind het leuk om de details te zien.’ De kinderen Fien en Joep zijn alleen maar enthousiast. ‘Ik vind dat best wel mooi. Dat wit,’ zegt Joep. ‘En ik dat bruine,’ vult Fien aan. Joep geeft zelfs een rondleiding aan de verslaggever. ‘Kom maar mee. Dit wordt de sneeuwpop,’ zegt hij over het ronde ijzerwerk. Fien weet dat er een meisje op een slee gemaakt wordt. ‘En wat voor bloemen ook alweer?’, vraagt ze aan papa. Fien wil wel sneeuwvlokjes maken.’ Ze is heel creatief, zegt haar vader (wiens partner overigens het bloemen prikken wel leuk lijkt). Dat vindt ze zelf ook: ‘Ik ben een knutselaar.’